Wyck
De oudst bekende naam voor Maastricht: VILTA-BURG (= "Wicla-Borough").
Deze dubbele naam is een samenvoeging van `Wicla' (Wyck) en `Borough' (burcht te Maastricht). Onder deze naam was Maas¬tricht tot de 8e eeuw bekend (volgens de kroniek van Fontenelle (Abdij van St. Wandrille): "De stad van St. Servaas, aan de Maas gelegen, door oude volkeren Vilta¬burg genoemd...". Nadien ging de stad 'Tra-iectum' heten.
Tijdens de Keltische periode werd de streek (Roermond, Maastricht, Luik) bewoond door de stam der Eburonen. Trots vermeldt Caesar dat hij, na verraad der Eburonen, in het jaar 54 voor Chr. die in zijn geheel heeft uitgeroeid. Daarna begon de Romeinse tijd.
• Eiland in de Maas
Op oude kaarten uit de 16e en 17e eeuw is duidelijk te zien dat Wyck een eiland was. Trouwens het Keltische woord "Vic" betekent niets anders dan: "bewoond in een rivier of water". Thans nog in het Zweeds: "vic" of Iers (gaellic): "Wiclow"
Als eiland behoefde Wyck nauwelijks verdedigingswerken; wel werd er in de Romeinse periode (54 v. Chr. tot 300 na Chr.) een bruggenhoofd aangelegd aan de westzijde van de Maas, dus in Maastricht. Dit Romeinse Castellum vormt thans het Stokstraatkwartier. De burcht van Maas¬tricht werd rond 500-600 na Chr. gebouwd en wel op de plaats van het huidige post¬kantoor. Dit merovingisch/karolingisch ge¬bouw stond in verbinding met de St.Servaas (vergelijk een identieke situatie in Aken!)
Wyck ontwikkelde zich in deze tijd tot een echt handelscentrum, met eigen muntmees¬ters, een St.Martinuskerk (Willibrord), een handelshaven aan de belangrijkste handels ader: de Maas. Ook doorkruiste de beroem¬de "Via Belgica" het eiland. Deze romeinse weg verbond Kiiln (Coulog-ne) met Calais (Coulogne-sur-Mer).
Vanuit Keiln kwam de weg bij de Duitse Poort (Hoogbrugpoort) Wyck binnen; liep door de Hoogbrugstraat naar de Rechtraat en ter hoogte van pand Rechtstraat 68/68A boog de weg scherp naar links, in westelijke richting. Hier bevond zich de voormalige romeinse brug, precies in de midden van de kade van Wyck, die 700 meter lang was
(van Maaspunttoren naar de voormalige Kruittoren)
• Aw Briik
Rond 1280/1290 werd deze brug vervangen door een nieuwe Maasbrug, de huidige "Aw Briik". Waarom deze nieuwe brug? Rond 1250 kon het actieve handelscentrum van Wyck zich niet verder uitbreiden, een¬voudig door plaatsgebrek op het eiland. De stad Maastricht moest nu wel gaan uit¬breiden en wel in westelijke richting. Zo ontstond de Nieuwstad (Jeker-kwartier) en o.a. de tweede stadsmuur. Hierdoor werden de economische activiteiten naar de over¬kant verplaatst. Dus moest daar een nieuwe brug komen en wel ook weer in het midden van de "Maastrichtse" kade (= 900 meter, van de Jekermonding tot aan het Kleine Grachtje).
Het belang van een Maasbrug mag niet on¬derschat worden. Tot 1854 (de spoorbrug in Rotterdam) was het de enige verbinding, over de Maas! De Maashandel was zeer be¬langrijk en het vervoer over land werd ook steeds belangrijker. De Via Belgica ging hier over naar Engeland (laken) via Tonge¬ren, de oudste stad van België. De "Via" vormde en vormt de taalgrens tussen het Germaanse en romaanse taalgebied.
Door de economische bloei van Maastricht, verpauperde Wyck na de vroege middel¬eeuwen. Het werd een echte volkswijk met weinig imposante gebouwen. Rond 1890 verloor Wyck pas haar unieke eilandpositie. Dit werd veroorzaakt door o.a. het dem¬pen van de oude Maas-arm ten oosten van het eiland (hierdoor ontstond de Wilhelmi¬nasingel) en het afgraven van het St. Antoniuseiland (midden in de Maas), waardoor de Griend-eilandjes opgevuld werden.
Ook de Kruittoren met nabij gelegen St. Martinuspoort en de Hoogbrugpoort moes¬ten het ontgelden.
Het huidige N.S.-station werd rond 1918 gebouwd in de uiterwaarden van de Maas, die toen toebehoorden aan de Gemeente Meerssen!
Wyck als eiland had opgehouden te bestaan en verviel tot een gewone stadswijk.
De eilandbewoners of "vikingen" werden gewone wijkenaren (of stadswijkenaren). Zelfs het woord "Wiek" (van Wicus) werd niet meer zo chique geacht en werd verbas¬terd tot het Hollandse woord "Wijk".
Matthieu De Bruijn
Kunsthistorisch Kabinet.
.
